Posts tonen met het label doel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label doel. Alle posts tonen

dinsdag 16 februari 2016

Leiding geven aan verandering - Balm

Soms worden wij gevraagd om een veranderingsproces te begeleiden, en verwacht de opdrachtgever dat mensen met weerstand door onze begeleiding na 2 sessies staan te springen om aan de verandering te mogen beginnen. Door schade en schande wijs geworden moet ik bekennen dat dat zelfs ons niet lukt....

Wat wij gelukkig wel kunnen is, samen de leidinggevenden, mensen stap voor stap door het veranderingsproces te begeleiden.

gedragsveranderingsstappen











Gedragsverandering volgens Balm


Een van de grote theorieën op het gebied van verandermanagement is het gedragsveranderingsmodel van Balm. Balm beschrijft hierin zes stappen:
  1. Openstaan – accepteren van de nieuwe werkelijkheid en open voor verandering
  2. Begrijpen – weten wat exact verwacht wordt, en waarom dit zo is.
  3. Willen – de voordelen van de verandering wegen zwaarder dan de nadelen,
  4. Kunnen – door oefening, kennis en ervaring bewust bekwaam worden
  5. Doen – groeien van bewust naar onbewust bekwaam,
  6. Volhouden – Het nieuwe, aangepaste gedrag is geborgd en vormt een tweede natuur
Graag neem ik je mee in de gedachtegang van Balm, en geef aan wat je als leidinggevende kunt met de verschillende stappen van zijn model.

Managen van verandering


Openstaan – accepteren van de nieuwe werkelijkheid en open voor verandering


Als wij werken met teams is dat meestal omdat er veranderingen zijn: veranderingen in de buitenwereld (zoals een veranderende markt, concurrentie, economische crisis), of interne veranderingen (zoals reorganisatie, inkrimping, outsourcing, bezuinigingen, ombuigingen).

Volgens Balm is het essentieel dat mensen openstaan voor verandering. Pas daarna is het relevant om in te gaan op de volgende stappen.Verandering heeft te maken met afscheid nemen van het bekende, het vertrouwde. In de blog over de Rouwcirkel van Elisabeth Kübler Ross zie je hoe mensen reageren op veranderingen, en wat de verschillende fasen zijn in het afscheid nemen van het vertrouwde. Eigenlijk is de hele rouwcircel vervat in de eerste stap van dit veranderingsproces.

Begrijpen – weten wat exact verwacht wordt, en waarom dit zo is


In veranderingsprocessen komen we maar al te vaak tegen dat de medewerkers niet goed weten wat er nu eigenlijk verwacht wordt, en waarom veranderingen nodig zijn. Op hoog niveau is, na uiteraard heel lang wikken en wegen, besloten dat ‘het’ anders moet. Stapels rapporten, modellen en Powerpointpresentaties zijn de revue gepasseerd, met allemaal nieuwe woorden en afko’s. De managers hebben lang kunnen nadenken en tijd gehad om alles te gaan begrijpen. Als het ei is gelegd moet eigenlijk heel snel gehandeld worden: de lagere managementlagen en de medewerkers krijgen kort info over de koerswijzigingen en over het nieuwe werkmodel, en moeten er zo snel mogelijk mee aan de slag. Dat is natuurlijk een onmogelijke opgave. Je kunt moeilijk van mensen verwachten dat ze veranderingen omarmen die ze niet begrijpen. Het communiceren vanuit abstracte modellen is daarnaast heel slecht voor de relatie: het vergroot de kloof tussen de bovenlaag die de ‘onbegrijpelijke plannen’ heeft bedacht, en de mensen op de werkvloer die deze plannen moeten gaan uitvoeren. Medewerkers willen zich niet voelen als een radertje in een of ander managementmodel, zij willen betrokken worden bij iets dat zij begrijpen en onderschrijven.


Hoe moet het dan wel?  Wat elke verandering daarom nodig heeft is een verhaal over de verandering. Johanna Kroon * heeft een goede vergelijking om te laten zien wat het verschil is tussen een veranderplan en een verhaal: Soms staat er in de  Donald Duck een pagina met een wanordelijke verzameling stippen met nummertjes erbij. Als je met een balpen de nummertjes volgt dan komt opeens Goofy tevoorschijn, of Dagobert Duck. Dat is wat een verhaal doet: het brengt orde aan in schijnbaar willekeurige en onsamenhangende informatie, waardoor we snappen waar het om gaat. Het verhaal over de verandering moet goed worden verteld, hoe interessanter en meeslepender hoe beter. In speeches, tijdens werkoverleg, in een filmpje, in een leuk veranderboek of in een combinatie van dat alles.

Willen – de voordelen van de verandering wegen zwaarder dan de nadelen


Binnen veranderprocessen besteden wij altijd aandacht aan het verkennen van weerstanden. Wij vinden het heel belangrijk om te ontdekken waarom mensen de verandering niet willen, en hier echt naar te luisteren, en er zo mogelijk zelfs iets van te leren. Pas als mensen het gevoel hebben dat er naar hun redenen geluisterd is kunnen zij gaan luisteren naar mij of naar hun leidinggevende, en wellicht redenen gaan ontdekken waarom ze wél zouden kunnen of moeten veranderen. Toen ik een coachopleiding deed kwam ik er achter dat het veel effectiever is om vragen te stellen dan om adviezen te geven, en dit principe werkt ook heel goed bij het overwinnen van weerstanden en het laten doorslaan van de balans: Coachend leiderschap gaat om vragen stellen en mensen zelf laten ontdekken dat de voordelen van de verandering wegen zwaarder dan de nadelen


Kunnen – door oefening, kennis en ervaring bewust bekwaam worden


(on)bewust (on)bekwaam
Zowel in persoonlijk leren als in teamleren moeten mensen bewust bekwaam worden. Dit vergt de vervelende stap van bewust onbekwaam zijn, en vervolgens, leren, oefenen, proberen, vallen en weer opstaan







In deze fase is het belangrijk te durven vertrouwen in de verander/mogelijkheden van mensen zelf. Dat kan ik tóch niet..., dat hebben we al eerder geprobeerd en dat lukte tóch nooit... Ook hier is het heel belangrijk om te ontdekken waar deze vooronderstellingen vandaan komen, om van daaruit te kunnen gaan kijken naar manieren om dat vertrouwen wel te gaan krijgen.

Doen – groeien van bewust naar onbewust bekwaam


Nieuw geleerd gedrag moet een automatisme worden. Hier mag je als leidinggevende de principes van Situationeel leiderschap toepassen: mensen die groeien van bewust naar onbewust bekwaam hebben geen behoefte aan instructie of aan delegeren; zij hebben behoefte aan coaching en stimulans.

Volhouden – Het nieuwe, aangepaste gedrag is geborgd en vormt een tweede natuur


plan en realiteit

Volhouden gaat over borgen; dat is waar alle kwaliteitssystemen, van ISO tot Lean om draaien. Ook als het even tegenzit doorgaan op de ingeslagen weg, en weten dat de weg naar het doel onverwachte dips kan hebben, waarbij het essentieel is dat je in de gaten blijft houden wat het einddoel is.





Verantwoording

  • Een gedeelte van deze blog werd al eerder gepubliceerd via Blogger
  • De tekening met de veranderstappen en de cartoon van plan en realiteit komen van internet; ik weet helaas niet wie de rechtmatige eigenaar is, weet jij het wel geef het mij svp door
  • Het gedragsverandermodel is van M.F.K. Balm, Exercise Therapy and Behavioural Change. ISBN: 9059311205 
  • Johanna Kroon is auteur van het boek "Wat hebben ze nú weer bedacht?"

NB


Wil je dit artikel opnemen in een website/blog, tijdschrift of ander medium? Leuk!Dan vraag ik je wel mij hierover te informeren én de volgende tekst op te nemen: "Door Ellen Schiffeleers, Barcavela. Ga naar www.barcavela.nl : "Barcavela, slimme mensen wijzer maken".

maandag 11 januari 2016

Collectieve Genialiteit

bron: https://www.bibliotheek.nl/thema/innovatie-en-maatschappij/het-brein/hoe-werkt-het-brein--hoe-train-je-je-brein-.html
Een tijdje geleden woonde ik op initiatief van IBC een heel interessante lezing van Pejman Djavdan bij, waarin hij inging op het begrip Collectieve Genialiteit. Hij stelde dat in de huidige complexe wereld zelfs de beste denkers niet in staat zijn om ingewikkelde problemen alléén op te lossen. Hoe slim je ook bent, vaak heb je toch echt een  groep specialisten nodig, die dan ook nog effectief met elkaar samen werken.

Collectieve genialiteit is méér dan de som der delen: het gaat er niet alleen maar om dat je de slimste mensen samen zet; maar vooral dat die slimme mensen sámen werken, leren en denken.


Collectieve Genialiteit 


Collectieve Genialiteit is vooral interessant bij complexe problemen, en gaat uit van een multi-dimensionale houding; dat betekent dat de groep erkent dat er vele mogelijkheden zijn, en samen streeft naar een oplossing die zowel de organisatie als het algemene nut het beste dient.

Randvoorwaarden


Om als team een Collectieve Genialiteit te bereiken zijn een aantal randvoorwaarden van belang, hierbij grijp ik graag terug op de piramide van Lencioni: (zie ook de eerdere blog over Lencioni)

Lencioni
















Resultaten: 

Het doel moet volledig helder en voor iedereen gelijk zijn. Dubbele agenda’s zijn funest.

Verantwoordelijkheid: 

Iedereen is verantwoordelijk voor zijn/haar eigen inbreng. Een juiste balans tussen bescheidenheid en inbreng is daarbij ook ieders eigen verantwoordelijkheid. Beknopt formuleren van een standpunt of idee is essentieel.

Betrokkenheid:

Betrokkenheid wordt hier ook benoemd als inclusie: ieders mening telt. Dit betekent dat de hele groep ook geduld moet betrachten in het luisteren naar andermans ideeën, actief luistert en open vragen stelt.

Conflicten: 

Conflicten zijn noodzakelijk, alleen door ideeën en meningen met elkaar in contact te brengen kan de waarheid boven komen (zonder wrijving geen glans). Het is daarom ook van belang om niet vast te houden aan eigen ideeën of ideeën van anderen af te kraken.


Vertrouwen: 

Alleen met een gevoel van veiligheid, vrijheid van meningsuiting, en respect voor elkaar kan Collectieve Genialiteit ontstaan. Investeer dus ook in het leren kennen van elkaar, en het bewaken van de teamgeest.


Processtappen


Om te komen tot een gezamenlijk gedragen oplossing is het belangrijk om elkaar te kennen, en handig om een technische voorzitter / gespreksleider en een notulist te benoemen.
Op de agenda staan vervolgens de volgende processtappen:

  • Probleemstelling verhelderen 
  • Brainstormen 
  • Raadplegen andere kennisbronnen 
  • Bouwen op elkaars ideeën 
  • Conclusie of besluit nemen (in eenheid!) 


Voor wie al eens met probleemgestuurd onderwijs heeft gewerkt gaat hier waarschijnlijk een belletje rinkelen, want dit lijkt heel veel op de Zevensprong:













Wat nog speciale aandacht behoeft is punt 5: Conclusies en besluiten worden in eenheid genomen! Dit kan alleen als alle input is meegenomen en meegewogen, en er daadwerkelijk geen dubbele agenda's zijn. Een besluit is daarmee nooit een compromis maar de best mogelijke oplossing, wellicht geen 100% ideale oplossing, maar wel de best haalbare, ook op langere termijn

Meer weten?

Inmiddels hebben wij met een aantal groepen al geoefend met het in praktijk brengen van Collectieve Genius. Benieuwd naar de ervaringen, of geïnteresseerd  in het oefenen binnen jouw eigen team? Neem gerust contact op!

dinsdag 30 juni 2015

community- building: stenen en mensen (nr 3)

hoi Roy,

Dank voor je interessante blog over de broze basis van vastgoed bij het bouwen van een community. Je haalde een aantal onderwerpen aan die mij meteen aanspraken: Je had het over de grote waarom-vraag, het gemeenschappelijke doel en de trots. Vanuit 'waarom' en 'doel' wil ik samen met jou het MET model eens exploreren, en vanuit 'trots' wil ik ingaan op traditie en community-kenmerken

Model voor Effectief Teamfunctioneren


MET model


Het MET model (Model voor Effectief Teamfunctioneren) van Vinke, Mineur en Meininger stelt dat er sprake is van effectieve samenwerking als resultaten op een goede manier worden bereikt, en geeft aan dat daarvoor vijf basisvoorwaarden bestaan die nauw met elkaar samenhangen.

  • duidelijke doelen
  • een effectieve en efficiënte taak- en rolverdeling
  • open communicatie, onderlinge verhoudingen en een goede cultuur
  • duidelijke werkafspraken, procedures en protocollen
  • teamleden die zich verantwoordelijk voelen voor het bereiken van de doelen
Ik zal zo dadelijk aan de hand van 2 voorbeelden ingaan op dit model.

Community Building


Daarnaast refereer ik graag aan deze prachtige poster (auteur onbekend) over Community Building, die ik regelmatig gebruik bij sessies:


how to build community


Ik herken zoveel uitspraken op deze poster: elkaar kennen, elkaar ontmoeten, delen, helpen, hulp vragen, traditie en verantwoordelijkheid nemen voor zaken die niet van jou zijn. En ik herken ze zowel in mijn privé context als in zakelijke context. Hieronder ga ik aan de hand van een privé en van een zakelijke community in op het MET model en op deze poster.

Privé communities


Privé zie ik bijvoorbeeld onze buurt als een community. Wel een community die een tijd nodig had om community te worden: De bebouwing maakte al dat mensen fysiek in elkaars nabijheid waren, de infrastructuur maakte dat mensen elkaar fysiek tegenkwamen, maar pas toen er een buurtvereniging kwam die ervoor instond dat mensen elkaar leerden kennen ontstond het gevoel van een gemeenschap, en van trots zijn op de buurt. Hier komt dan de  Interactie Theorie van Bales en Homans om de hoek, die stelt dat frequente interactie leidt tot genegenheid, wat op zich weer leidt tot meer interactie: door buurtbijeenkomsten gaan mensen elkaar kennen en ontdekken dat ze elkaar mogen, en daar ontstaan nieuwe relaties en activiteiten uit. Je ziet overigens ook dat mensen die uit de buurt vertrekken de binding verliezen, maar ook dat mensen die niet meer naar bijeenkomsten komen de relatie met de rest van de buurt kwijtraken: zowel fysieke nabijheid, elkaar tegenkomen als interactie zijn dus nodig om het gevoel van community te blijven vasthouden.

Kijkend naar het MET model ga ik er bij een buurtvereniging van uit dat een aantal actieve buurtbewoners het doel hebben om de buurt korter bij elkaar te brengen, en dat zij dit doen door een bestuur te vormen, regelmatig activiteiten te organiseren, en mensen actief met elkaar te verbinden. Voor het bestuur is er waarschijnlijk ook een heldere rolverdeling, met een voorzitter, secretaris, penningmeester en wellicht enige commissies. Het bestuur zal intern en naar de leden helder moeten communiceren, duidelijke afspraken moeten maken over de uitvoering van taken, en zal, aangezien het vrijwilligers betreft, waarschijnlijk absoluut gecommitteerd zijn aan het doel.

Maar hoe zit het met de buurtbewoners: zij kiezen waarschijnlijk in eerste instantie voor het huis, de ligging en bereikbaarheid, en het fysieke uiterlijk van de buurt. Wellicht vragen ze ook nog eens aan een kennis of er leuke mensen in de buurt wonen. Willen zij wel onderdeel uitmaken van een gemeenschap? Ik merk dat dat heel verschillend is: voor mij is het vanzelfsprekend dat ik mijn buren wil kennen, een praatje wil maken met mensen in de buurt, en tuingereedschap en klusspullen (uit)leen. Maar ik zie ook genoeg mensen voor wie dat niet vanzelfsprekend is, die liever op zichzelf zijn, wellicht met 1 buur contact hebben voor de planten tijdens vakanties, maar voor de rest liever niet te veel inmenging.

Het doel van het individu hoeft dus niet hetzelfde te zijn als het doel van de aanstuurder (in dit geval het bestuur van de buurtvereniging), en niet iedereen die fysiek in een buurt woont zal ook daadwerkelijk deel uit maken van de community.

Zakelijke communities


Zakelijk ken ik ook communities, en ik noem als voorbeeld hier een trainerscollectief dat niet in elkaars nabijheid verkeert maar wel regelmatig samen traint, soms onderlinge bijeenkomsten organiseert, en trots is op elkaar en op elkaars prestaties: als we elkaar veel zien voelt het als een groep, vragen en geven we hulp, delen we informatie en nemen we verantwoordelijkheid voor elkaar. Maar je merkt dat de fysieke afstand een probleem is als er geen formele activiteiten georganiseerd zijn.

Als ik hier het MET model op toepas valt mij op dat de individuele trainers zich bij het collectief aansluiten met als doel samen trainen, leren en acquireren. Bij de aansluiting bij het collectief worden deze doelen gecheckt. De taak - en rolverdeling is hier redelijk vaag, er is geen voorzitter, maar mensen nemen wisselend initiatief, de rollen zijn flexibel, er zijn werkafspraken en geen protocollen. De communicatie is heel open, met Whatsapp-groepjes en Dropbox, mensen mogen elkaar graag, en gunnen elkaar veel. De crux zit hier in het verantwoordelijkheidsgevoel, de individuele motivatie: deze wisselt per persoon en per periode. Afhankelijk van de hoeveelheid werk die een trainer heeft zie je de inzet in het collectief veranderen: bij een overschot aan werk is het collectief prettig om taken uit te besteden, bij een tekort aan werk wordt het collectief aangesproken om nieuwe opdrachten aan te trekken, maar het leer-doel verdwijnt zowel bij schaarste als bij overvloed vaak naar de achtergrond. De leden van het collectief lopen niet gelijk op. De doelen die in het begin werden gecheckt blijken in de tijd per individu te fluctueren.  Je ziet dan dat 1 persoon gaat trekken aan wat een dood paard lijkt te zijn, en dat onderling irritatie ontstaat over pushen, laksheid of motivatie.

Ook hier geldt dus dat het doel van het individu niet op elk moment hetzelfde zal zijn als het doel van de community of van aanstuurder. Het feit dat we elkaar niet zomaar fysiek tegenkomen maakt dat het daarnaast extra moeilijk om het groepsgevoel vast te houden.

Campus als community


Onze dialoog gaat over het bouwen van communities van bedrijven binnen een campus. Hoe kun je ervoor zorgen dat bedrijven elkaar kennen, elkaar ontmoeten, delen, helpen, hulp vragen, en verantwoordelijkheid nemen voor zaken die niet van hun zijn.

Jij gebruikte in jouw blog de campusdefinitie volgens Buck Consultants International, waarbij je zowel refereerde naar Science&Research Parken als naar Open Innovatie Campussen met een ‘anchor tenant’. Graag sluit ik mij daarbij aan.

Een van de zaken die mij treft als ik kijk naar de overeenkomsten en verschillen tussen een buurtvereniging, een trainerscollectief en een campus is het doel en de aansturing. Hoe werkt dat op een campus? Wie wil daar een community: Is dat de campusorganisatie? Zijn dat de individuele bedrijven? Is dat wellicht die ene grote starter of net die multinational die aansluiting met kleinere bedrijven zoekt?

Ik zie in de campus-communities waar ik actief ben een groot verschil hierin.
Enerzijds heb je de individuele bedrijven die vooral op zoek zijn naar bedrijfsruimte, en net als in een woonwijk vooral gericht zijn op baksteen, faciliteiten en infrastructuur. Hier zie je dat community pas gaat leven op het moment dat daar heel actief werk van wordt gemaakt, en hier ligt dan een community-builderstaak als bij een buurtvereniging.
Anderzijds zie je ook bedrijven die zich op een campus vestigen omdat zij de connectie zoeken, en de nabijheid zoeken van andere organisaties om te leren, te ontwikkelen en te produceren. in dat geval lijkt de community-structuur veel meer op die van dat trainerscollectief.

Wetend wat de valkuilen van beide soorten community zijn is het dus ook zaak om daarop in te spelen. Alleen maar mooie gebouwen en faciliteiten aanbieden leidt niet vanzelf tot gemeenschappelijkheid, maar ook gemeenschappelijkheid in doelen bij de start garandeert geen community-gevoel op de lange termijn.

CIC


Mensen die dat als geen ander hebben ingezien zijn Timothy Rowe en Andrew Olmsted, de initiatiefnemers van het Cambridge Innovation Center. Zij staan voor het bouwen van ecosystemen , waarbij de slimste mensen en de leukste startups in de hipste gebouwen op de meest interactieve campus samen innoveren. In het CIC zitten, pal naast het prestigieuze MIT, 800 startups die elkaar inspireren tot baanbrekend werk; dit is waar Google en Yahoo geboren zijn.

Rowe stelt dat je campus en community parallel moet opstarten, en moet zorgen voor een prima lokatie, en voor goede mensen, geld (financierders), een creatieve omgeving, een cultuur van vertrouwen en van leren van elkaar, en moet zorgen voor ondersteuning. Dat zijn dus zowel architectonisch opgaves als sociale opgaves.

Locatie


Als eerste de lokatie: Maak het geweldig, maak het irrationeel leuk. de lokatie moet een magneet vormen voor de mensen en de startups die je zoekt: leer van de Googles op deze wereld en laat het spetteren, zorg voor de mooiste gebouwen, de extreemste infrastructuur en de beste gezamenlijke ruimtes, waardoor mensen trots zijn op de plek, en er nooit meer weg willen (lees overigens wat dat betreft zeker ook eens The Circle van Dave Eggers, die zo'n campus beschrijft.) De locatie is bij CIC niet de cashcow (er moet geld bij), maar het is een instrument om de goede mensen samen te brengen.

Creatieve omgeving


Innovatie en creativiteit vragen om een omgeving die uitnodigt tot creativiteit, en waarin voldoende inspiratiebronnen aanwezig zijn . Om zelfplagiaat te vermijden verwijs ik hier graag voor meer informatie over een creatieve omgeving naar deze eerdere blog over creativiteit-). 

Met betrekking tot een creatieve omgeving: Het is vast geen toeval dat de heren Bell en Edison allebei boven dezelfde instrumentenwinkel (109 Court Street) woonden. 

Cultuur van vertrouwen 


Mbt de cultuur van vertrouwen refereer ik graag aan de Know-Like-Trust factor; mensen moeten elkaar kennen om elkaar te vertrouwen. Als mensen elkaar fysiek tegenkomen, liefst bij heel verschillende gelegenheid en andere settings, als ze elkaar leren kennen en een beetje leuk vinden, dan kan het vertrouwen groeien dat je met elkaar iets zou kunnen betekenen. Sociale media zijn leuk, maar IRL is het veel makkelijker om elkaar echt te leren kennen en te gaan vertrouwen.

Bij een recente lezing die ik van Timothy Rowe bijwoonde haalde hij bijvoorbeeld onderzoek aan dat aantoonde dat de fysieke nabijheid (ik meen max 50 meter) een duidelijke factor is in samenwerking (Kraut en Egido) en dat in PLoS ONE (Public Libray of Science) de meeste citaten afkomstig zijn van mensen op loopafstand (uit de eigen vakgroep). 

Als campusaanjager is het de moeite waard om te investeren in ontmoetingen, lunches, sportclubs, thema-borrels, allemaal met het doel om relaties en netwerken te bouwen, en te werken aan een sfeer van vertrouwen.

Cultuur van leren en helpen


Voor een community is een cultuur van leren en helpen ideaal. Als campusaanjager kun je dus investeren in het samenbrengen van nieuwe en ervaren ondernemers en het faciliteren van hun samenwerking. Je kunt bijvoorbeeld investeren in het organiseren van bootcamps waar mensen met ideeën en startups worden ondersteund, of investeren in symposia en TED-talks om kennis te delen en anderen te inspireren, je kunt het gezamenlijk gebruiken van lab-faciliteiten aanmoedigen, of wellicht zelfs allemaal.

Lessen voor de campus community


Samengevat zou ik aan de hand van het bovenstaande een aantal lessen willen trekken voor campus-aanjagers:


  • maak een fantastische plek om te zijn
  • creëer nabijheid
  • benoem en bewaak een gezamenlijk doel
  • bouw aan trots 
  • creëer tradities
  • organiseer activiteiten om te netwerken en te leren vertrouwen
  • organiseer leer- en hulp-mogelijkheden


Voldoende werk aan de winkel voor jou en voor mij dus! Ik ben benieuwd naar je reacties

--

Deze blog maakt deel uit van een dialoog tussen Roy Pype (architect) en Ellen Schiffeleers (trainer en facilitator). Eerdere bijdragen kun je hier vinden:

scienceparks, vastgoed als broze basis (Roy Pype)
community als behoefte (Ellen Schiffeleers) 

donderdag 19 maart 2015

de leidende (project)manager

Als je met een groep aan een doel werkt heb je al snel een leider nodig. Maar wat is nu een leider? En wat is het verschil tussen een leider en een manager?

leider manager

Jarenlang ging de grap de wereld rond dat je als je verdwaald was hulp kon vragen aan een manager, die dan met je zou kijken naar de criteria waaraan een weg moest voldoen, of aan een leider, die in een boom zou klimmen en zou kijken waar de uitgang was. Best grappig natuurlijk, maar is er echt zo veel verschil tussen managers en leiders, is het een ander soort mensen of zijn het mensen die ander gedrag vertonen? Zijn managende leidinggevenden fout en leidende leidinggevenden goed bezig? Moeten we vooral áf van de managers?



Leiderschap vs management


Wikipedia stelt dat leiderschap een proces is waarbij een individu een groep van individuen beïnvloedt om een bepaald doel te bereiken (sturen), waarbij bij management vooral de nadruk ligt op beheer en beheersing. Dat geeft waarschijnlijk meteen aan waarom we vaak zo'n hekel hebben aan managers en we leiders willen: als we managers inderdaad zien als de beheerser met de spreadsheet, dan vraagt dat alleen maar weer iets van je; als de leider degene is die je naar een doel stuurt kan het zijn dat hij jou iets biedt, in plaats van vraagt.

Quinn


In de leiderschapstrainingen van Barcavela werken we met het model van Quinn: leiden en managen zijn allebei rollen die leidinggevenden vervullen, net zoals bijvoorbeeld innoveren, stimuleren en coördineren.

Effectieve leidinggevenden spelen in op de situatie en kunnen in verschillende omgevingen, met verschillende mensen en onder verschillende omstandigheden ander gedrag laten zien. Do the things right EN do the right things.

Soms moet je dus managen (beheersen, zorgen dat je binnen de gestelde kaders blijft) en soms moet je leiden (richting geven, kaders bieden)

Projectmanagement


En of dat in een lijnorganisatie al niet lastig genoeg is, de eisen die aan leiderschap in tegenwoordige organisaties worden gesteld, worden ook aan leiders in projectorganisaties gesteld. Als projectmanager moet je zonder formele macht professionals aansturen, die vaak niet eens binnen jouw eigen organisatie werken.
Ik ben erg blij dat ik ook dit jaar voor de Universiteit Maastricht weer een aantal workshops binnen hun Post Graduate opleiding Projectmanagement mag verzorgen; workshops die gaan over de zachte kanten van projectmanagement: leiderschap, werken in teams, en sociaal dynamische aspecten van werken in projecten.

Klik hier voor meer info over de hele Post Graduate opleiding Projectmanagement van de Universiteit Maastricht. NB: Er zijn nog plaatsen beschikbaar!


Maastricht University

vrijdag 19 december 2014

wat dat nou de bedoeling..

Op aanraden van een aantal collega's las ik laatst  'Verdraaide organisaties, terug naar de bedoeling', van Wouter Hart, en het was een feest der herkenning.

verdraaide organisaties

Wouter Hart gaat in dit boek uitgebreid in op het belang van ruimte geven aan professionals zodat ze binnen de organisatie dát kunnen doen waar de organisatie voor bedoeld is.

Hij benoemt een aantal vooronderstellingen waar ik het volledig mee eens ben, en een aantal van deze stellingen wil ik graag met je delen. In mijn eigen woorden komen ze neer op:






  • De bedoeling is leidend, en SMART doelen zijn afgeleid van de bedoeling. 

    • Ik ben een groot voorstander van SMART-doelen, maar die doelen moeten wel ergens vandaan komen. Alleen maar naar doelen werken en vergeten waar het nou ook weer echt om draaide is zonde. Als de bedoeling leidend is zal vaak ook blijken dat de doelen met elkaar te maken hebben: geen los zand maar deel van een groter geheel

  • Systemen en tabellen zijn een middel, geen doel: 

    • Het mag niet zo zijn dat tabellen leidinggevend worden, en dat mensen worden afgerekend op de tabel en niet op de achterliggende bedoeling.  Een voorbeeld dat Hart noemt is het afvinken van POP gesprekken: ben ik een goede leidinggevende als ik mijn hele serie POP-gesprekken afraffel en voor de vorm de medewerker er nog even bij roep, of gaat het om goede gesprekken die de medewerker en de organisatie verder helpen. Ik ga daar in mijn trainingen rondom jaargesprekken ook altijd op in: alle hulpmiddelen die de organisatie ter beschikking stelt zijn er om ervoor te zorgen dat jij als leidinggevende een goed gesprek kunt voeren met de medewerker; het draait om het gesprek, niet om het formulier of de webapplicatie. Niet het systeem is leidend, maar de echte wereld is leidend, en het systeem mag helpen.

  • Alles willen kost te veel tijd en energie,
    • In onze drukke en veranderende wereld móét je keuzes maken en prioriteren stellen, maar het vraagt leiderschap om die keuzes te maken en te verhelderen. Het is vaak fysiek en mentaal onmogelijk om alles te doen wat er door anderen van je gevraagd wordt, laat staan dat het nog lukt om ook alle veranderingen die je zelf wil doorvoeren nog erbij kan hebben. Je kunt niet alles aanpakken, en zeker niet allemaal NU, je hebt focus nodig om de dingen goed te doen: In het algemeen geldt dat je liever 10 taken goed dan 25 taken half kunt uitvoeren; maar dat moeten dan natuurlijk wél de belangrijkste taken zijn. In mijn trainingen en artikelen rondom persoonlijke effectiviteit en timemanagement gebruik ik vaak de magische zin ' Moet Ik Dit Nu Doen?'  Dingen níét doen vraagt lef en soms een gezonde portie burgerlijke ongehoorzaamheid, en het helpt als je deze keuze maakt met De Bedoeling de leidraad van je handelen.

  • Liever weinig afspraken maar daar wel streng op toe zien dan duizend regels die getreden mogen worden
    • Ken jij zelf alle artikelen uit het Burgerlijk Wetboek? Ik niet. Maar ik weet wel wat de grote lijn van ons rechtssysteem is, en daar probeer ik zoveel mogelijk naar te leven, want dat is volgens mij De Bedoeling. In een werkomgeving met professionals die werken in een dynamische markt met wisselende klantwensen is het niet haalbaar om voor elke situatie een regel te maken; je moet ervan uit gaan dat die professionals binnen een aantal kaders goed werk leveren. Ook hier is het van belang om te kiezen en te focussen: Als je met elkaar afspreekt wat écht belangrijk is, en daar streng op toeziet kan de professional vanuit vertrouwen maatwerk leveren.

  • Je kunt geen volledig veilige wereld creëren; 

    • Je kunt geen volledig veilige wereld creëren, want risico's horen nu eenmaal bij leven/werken. Als je alle risico's wil uitsluiten krijg je een wereld die onwerkbaar wordt door een overvloed aan regels, met badmeesters die formulieren voor paarse krokodillen hebben. Die paarse krokodillenwereld is heel veilig, met regels die vanuit de beste intenties zijn opgesteld, (namelijk de intenties om risico's te beperken en fouten te voorkomen- want ja, misschien geef je wel een keer het verkeerde opblaasdier mee aan een bezoeker-) , maar het is een onwerkbare wereld. Bureaucratie is een systeem dat fouten uitsluit, maar alle creativiteit en flexibiliteit doodt, wat waarschijnlijk niet in de lijn ligt van De Bedoeling.

  • Controle is goed maar reflectie is beter
    • Ik moet altijd om mezelf lachen als ik merk dat ik boos wordt bij de reclame van *--* bedrijfsbeveiliging die stelt "vertrouwen is goed maar *--* is beter. IK ben er van overtuigd dat controle goed is maar vertrouwen beter is. Ik merk dat ik dat zowel zakelijk als privé ook steeds met mij meedraag. Ik ben geen controleur, ik ga er van uit dat je iets met de beste intenties doet, en doe je niet wat ik verwachtte, dan ga ik het gesprek met je aan. Voor mij geen surveillancestaat, geen Circle (Dave Eggers), maar leren van en met elkaar. Of zoals Harry Kunneman het stelt: geen lantaarnpalen maar kampvuren

En als afsluiter nog een mooie quote rondom lean: het is de kunst om lean te organiseren zonder anorexia te creëren

Meer weten


Lees zeker het boek van Wouter Hart eens, en ik vind ook L2Zorg van Aij en Lohman een heel verhelderend boek over De Bedoeling organiseren en keuzes maken. En wil je ondersteuning bij veranderingen binnen jouw organisatie, neem dan gerust eens contact op met Barcavela, want wij helpen je graag om jouw organisatie te laten doen waar ze voor bedoeld is.  ,



PS: 'dit is de bedoeling' is ook een filmquote uit mijn dochters favoriete feel-good-movie 'Alles is Liefde'