dinsdag 30 juni 2015

community- building: stenen en mensen (nr 3)

hoi Roy,

Dank voor je interessante blog over de broze basis van vastgoed bij het bouwen van een community. Je haalde een aantal onderwerpen aan die mij meteen aanspraken: Je had het over de grote waarom-vraag, het gemeenschappelijke doel en de trots. Vanuit 'waarom' en 'doel' wil ik samen met jou het MET model eens exploreren, en vanuit 'trots' wil ik ingaan op traditie en community-kenmerken

Model voor Effectief Teamfunctioneren


MET model


Het MET model (Model voor Effectief Teamfunctioneren) van Vinke, Mineur en Meininger stelt dat er sprake is van effectieve samenwerking als resultaten op een goede manier worden bereikt, en geeft aan dat daarvoor vijf basisvoorwaarden bestaan die nauw met elkaar samenhangen.

  • duidelijke doelen
  • een effectieve en efficiënte taak- en rolverdeling
  • open communicatie, onderlinge verhoudingen en een goede cultuur
  • duidelijke werkafspraken, procedures en protocollen
  • teamleden die zich verantwoordelijk voelen voor het bereiken van de doelen
Ik zal zo dadelijk aan de hand van 2 voorbeelden ingaan op dit model.

Community Building


Daarnaast refereer ik graag aan deze prachtige poster (auteur onbekend) over Community Building, die ik regelmatig gebruik bij sessies:


how to build community


Ik herken zoveel uitspraken op deze poster: elkaar kennen, elkaar ontmoeten, delen, helpen, hulp vragen, traditie en verantwoordelijkheid nemen voor zaken die niet van jou zijn. En ik herken ze zowel in mijn privé context als in zakelijke context. Hieronder ga ik aan de hand van een privé en van een zakelijke community in op het MET model en op deze poster.

Privé communities


Privé zie ik bijvoorbeeld onze buurt als een community. Wel een community die een tijd nodig had om community te worden: De bebouwing maakte al dat mensen fysiek in elkaars nabijheid waren, de infrastructuur maakte dat mensen elkaar fysiek tegenkwamen, maar pas toen er een buurtvereniging kwam die ervoor instond dat mensen elkaar leerden kennen ontstond het gevoel van een gemeenschap, en van trots zijn op de buurt. Hier komt dan de  Interactie Theorie van Bales en Homans om de hoek, die stelt dat frequente interactie leidt tot genegenheid, wat op zich weer leidt tot meer interactie: door buurtbijeenkomsten gaan mensen elkaar kennen en ontdekken dat ze elkaar mogen, en daar ontstaan nieuwe relaties en activiteiten uit. Je ziet overigens ook dat mensen die uit de buurt vertrekken de binding verliezen, maar ook dat mensen die niet meer naar bijeenkomsten komen de relatie met de rest van de buurt kwijtraken: zowel fysieke nabijheid, elkaar tegenkomen als interactie zijn dus nodig om het gevoel van community te blijven vasthouden.

Kijkend naar het MET model ga ik er bij een buurtvereniging van uit dat een aantal actieve buurtbewoners het doel hebben om de buurt korter bij elkaar te brengen, en dat zij dit doen door een bestuur te vormen, regelmatig activiteiten te organiseren, en mensen actief met elkaar te verbinden. Voor het bestuur is er waarschijnlijk ook een heldere rolverdeling, met een voorzitter, secretaris, penningmeester en wellicht enige commissies. Het bestuur zal intern en naar de leden helder moeten communiceren, duidelijke afspraken moeten maken over de uitvoering van taken, en zal, aangezien het vrijwilligers betreft, waarschijnlijk absoluut gecommitteerd zijn aan het doel.

Maar hoe zit het met de buurtbewoners: zij kiezen waarschijnlijk in eerste instantie voor het huis, de ligging en bereikbaarheid, en het fysieke uiterlijk van de buurt. Wellicht vragen ze ook nog eens aan een kennis of er leuke mensen in de buurt wonen. Willen zij wel onderdeel uitmaken van een gemeenschap? Ik merk dat dat heel verschillend is: voor mij is het vanzelfsprekend dat ik mijn buren wil kennen, een praatje wil maken met mensen in de buurt, en tuingereedschap en klusspullen (uit)leen. Maar ik zie ook genoeg mensen voor wie dat niet vanzelfsprekend is, die liever op zichzelf zijn, wellicht met 1 buur contact hebben voor de planten tijdens vakanties, maar voor de rest liever niet te veel inmenging.

Het doel van het individu hoeft dus niet hetzelfde te zijn als het doel van de aanstuurder (in dit geval het bestuur van de buurtvereniging), en niet iedereen die fysiek in een buurt woont zal ook daadwerkelijk deel uit maken van de community.

Zakelijke communities


Zakelijk ken ik ook communities, en ik noem als voorbeeld hier een trainerscollectief dat niet in elkaars nabijheid verkeert maar wel regelmatig samen traint, soms onderlinge bijeenkomsten organiseert, en trots is op elkaar en op elkaars prestaties: als we elkaar veel zien voelt het als een groep, vragen en geven we hulp, delen we informatie en nemen we verantwoordelijkheid voor elkaar. Maar je merkt dat de fysieke afstand een probleem is als er geen formele activiteiten georganiseerd zijn.

Als ik hier het MET model op toepas valt mij op dat de individuele trainers zich bij het collectief aansluiten met als doel samen trainen, leren en acquireren. Bij de aansluiting bij het collectief worden deze doelen gecheckt. De taak - en rolverdeling is hier redelijk vaag, er is geen voorzitter, maar mensen nemen wisselend initiatief, de rollen zijn flexibel, er zijn werkafspraken en geen protocollen. De communicatie is heel open, met Whatsapp-groepjes en Dropbox, mensen mogen elkaar graag, en gunnen elkaar veel. De crux zit hier in het verantwoordelijkheidsgevoel, de individuele motivatie: deze wisselt per persoon en per periode. Afhankelijk van de hoeveelheid werk die een trainer heeft zie je de inzet in het collectief veranderen: bij een overschot aan werk is het collectief prettig om taken uit te besteden, bij een tekort aan werk wordt het collectief aangesproken om nieuwe opdrachten aan te trekken, maar het leer-doel verdwijnt zowel bij schaarste als bij overvloed vaak naar de achtergrond. De leden van het collectief lopen niet gelijk op. De doelen die in het begin werden gecheckt blijken in de tijd per individu te fluctueren.  Je ziet dan dat 1 persoon gaat trekken aan wat een dood paard lijkt te zijn, en dat onderling irritatie ontstaat over pushen, laksheid of motivatie.

Ook hier geldt dus dat het doel van het individu niet op elk moment hetzelfde zal zijn als het doel van de community of van aanstuurder. Het feit dat we elkaar niet zomaar fysiek tegenkomen maakt dat het daarnaast extra moeilijk om het groepsgevoel vast te houden.

Campus als community


Onze dialoog gaat over het bouwen van communities van bedrijven binnen een campus. Hoe kun je ervoor zorgen dat bedrijven elkaar kennen, elkaar ontmoeten, delen, helpen, hulp vragen, en verantwoordelijkheid nemen voor zaken die niet van hun zijn.

Jij gebruikte in jouw blog de campusdefinitie volgens Buck Consultants International, waarbij je zowel refereerde naar Science&Research Parken als naar Open Innovatie Campussen met een ‘anchor tenant’. Graag sluit ik mij daarbij aan.

Een van de zaken die mij treft als ik kijk naar de overeenkomsten en verschillen tussen een buurtvereniging, een trainerscollectief en een campus is het doel en de aansturing. Hoe werkt dat op een campus? Wie wil daar een community: Is dat de campusorganisatie? Zijn dat de individuele bedrijven? Is dat wellicht die ene grote starter of net die multinational die aansluiting met kleinere bedrijven zoekt?

Ik zie in de campus-communities waar ik actief ben een groot verschil hierin.
Enerzijds heb je de individuele bedrijven die vooral op zoek zijn naar bedrijfsruimte, en net als in een woonwijk vooral gericht zijn op baksteen, faciliteiten en infrastructuur. Hier zie je dat community pas gaat leven op het moment dat daar heel actief werk van wordt gemaakt, en hier ligt dan een community-builderstaak als bij een buurtvereniging.
Anderzijds zie je ook bedrijven die zich op een campus vestigen omdat zij de connectie zoeken, en de nabijheid zoeken van andere organisaties om te leren, te ontwikkelen en te produceren. in dat geval lijkt de community-structuur veel meer op die van dat trainerscollectief.

Wetend wat de valkuilen van beide soorten community zijn is het dus ook zaak om daarop in te spelen. Alleen maar mooie gebouwen en faciliteiten aanbieden leidt niet vanzelf tot gemeenschappelijkheid, maar ook gemeenschappelijkheid in doelen bij de start garandeert geen community-gevoel op de lange termijn.

CIC


Mensen die dat als geen ander hebben ingezien zijn Timothy Rowe en Andrew Olmsted, de initiatiefnemers van het Cambridge Innovation Center. Zij staan voor het bouwen van ecosystemen , waarbij de slimste mensen en de leukste startups in de hipste gebouwen op de meest interactieve campus samen innoveren. In het CIC zitten, pal naast het prestigieuze MIT, 800 startups die elkaar inspireren tot baanbrekend werk; dit is waar Google en Yahoo geboren zijn.

Rowe stelt dat je campus en community parallel moet opstarten, en moet zorgen voor een prima lokatie, en voor goede mensen, geld (financierders), een creatieve omgeving, een cultuur van vertrouwen en van leren van elkaar, en moet zorgen voor ondersteuning. Dat zijn dus zowel architectonisch opgaves als sociale opgaves.

Locatie


Als eerste de lokatie: Maak het geweldig, maak het irrationeel leuk. de lokatie moet een magneet vormen voor de mensen en de startups die je zoekt: leer van de Googles op deze wereld en laat het spetteren, zorg voor de mooiste gebouwen, de extreemste infrastructuur en de beste gezamenlijke ruimtes, waardoor mensen trots zijn op de plek, en er nooit meer weg willen (lees overigens wat dat betreft zeker ook eens The Circle van Dave Eggers, die zo'n campus beschrijft.) De locatie is bij CIC niet de cashcow (er moet geld bij), maar het is een instrument om de goede mensen samen te brengen.

Creatieve omgeving


Innovatie en creativiteit vragen om een omgeving die uitnodigt tot creativiteit, en waarin voldoende inspiratiebronnen aanwezig zijn . Om zelfplagiaat te vermijden verwijs ik hier graag voor meer informatie over een creatieve omgeving naar deze eerdere blog over creativiteit-). 

Met betrekking tot een creatieve omgeving: Het is vast geen toeval dat de heren Bell en Edison allebei boven dezelfde instrumentenwinkel (109 Court Street) woonden. 

Cultuur van vertrouwen 


Mbt de cultuur van vertrouwen refereer ik graag aan de Know-Like-Trust factor; mensen moeten elkaar kennen om elkaar te vertrouwen. Als mensen elkaar fysiek tegenkomen, liefst bij heel verschillende gelegenheid en andere settings, als ze elkaar leren kennen en een beetje leuk vinden, dan kan het vertrouwen groeien dat je met elkaar iets zou kunnen betekenen. Sociale media zijn leuk, maar IRL is het veel makkelijker om elkaar echt te leren kennen en te gaan vertrouwen.

Bij een recente lezing die ik van Timothy Rowe bijwoonde haalde hij bijvoorbeeld onderzoek aan dat aantoonde dat de fysieke nabijheid (ik meen max 50 meter) een duidelijke factor is in samenwerking (Kraut en Egido) en dat in PLoS ONE (Public Libray of Science) de meeste citaten afkomstig zijn van mensen op loopafstand (uit de eigen vakgroep). 

Als campusaanjager is het de moeite waard om te investeren in ontmoetingen, lunches, sportclubs, thema-borrels, allemaal met het doel om relaties en netwerken te bouwen, en te werken aan een sfeer van vertrouwen.

Cultuur van leren en helpen


Voor een community is een cultuur van leren en helpen ideaal. Als campusaanjager kun je dus investeren in het samenbrengen van nieuwe en ervaren ondernemers en het faciliteren van hun samenwerking. Je kunt bijvoorbeeld investeren in het organiseren van bootcamps waar mensen met ideeën en startups worden ondersteund, of investeren in symposia en TED-talks om kennis te delen en anderen te inspireren, je kunt het gezamenlijk gebruiken van lab-faciliteiten aanmoedigen, of wellicht zelfs allemaal.

Lessen voor de campus community


Samengevat zou ik aan de hand van het bovenstaande een aantal lessen willen trekken voor campus-aanjagers:


  • maak een fantastische plek om te zijn
  • creëer nabijheid
  • benoem en bewaak een gezamenlijk doel
  • bouw aan trots 
  • creëer tradities
  • organiseer activiteiten om te netwerken en te leren vertrouwen
  • organiseer leer- en hulp-mogelijkheden


Voldoende werk aan de winkel voor jou en voor mij dus! Ik ben benieuwd naar je reacties

--

Deze blog maakt deel uit van een dialoog tussen Roy Pype (architect) en Ellen Schiffeleers (trainer en facilitator). Eerdere bijdragen kun je hier vinden:

scienceparks, vastgoed als broze basis (Roy Pype)
community als behoefte (Ellen Schiffeleers) 

woensdag 3 juni 2015

Een broze basis

In dialoog met Roy Pype deel ik mijn perceptie over de kracht van scienceparks en campussen als communities.
Bijgaand de link naar de meest recente bijdrage van Roy.
Wij zijn benieuwd wat jouw visie en/of aanvulling is. Reageren mag, delen uiteraard ook!
https://lnkd.in/e9QqJQB

-deze blog van Roy Pype is het antwoord op deze blog van Ellen Schiffeleers

woensdag 13 mei 2015

waarom schrijf ik eigenlijk al die blogs?

Toen ik laatst een blog van prof. Martijn Katan las moest ik even bij mezelf te rade gaan. Katan vraagt zich af waarom hij in de krant schrijft, of dat uit ijdelheid is, uit de behoefte om te entertainen, of om de waarheid te verkondigen? De hoofdzaak van mijn werk is processen begeleiden, trainen en coachen. Waarom wil ik dan eigenlijk blogs schrijven?

Katan stelt dat hij eigenlijk vooral zélf wil weten hoe dingen nu zitten, en dat hij dat doet door wetenschappelijke artikelen te lezen, de essentie daaruit te pikken en die vervolgens levendig, helder en duidelijk op te schrijven. Ik realiseerde me dat dat voor mij ook geldt: ik kom zo veel interessante zaken tegen waarvan ik méér wil weten, die ik nog beter wil snappen!  Als trainer vind ik ook dat ik boven de stof moet staan; ik moet er kritisch over hebben nagedacht, en hebben onderzocht of en hoe ik de theorie kan toepassen op mijn diverse situaties. Zoals Katan het zo mooi verwoordde: ' tijdens die moeizame pogingen om dat voor u op te schrijven groeit mijn eigen inzicht. Zo leer ik zelf nog het meest van mijn stukjes. Ik schrijf in de krant om mezelf te dwingen een onderwerp te doordenken, als sport dus, en een beetje uit ijdelheid. Maar stiekem hoop ik toch dat u er iets van leert'

Dus ja, waarom schrijf ik eigenlijk al die blogs? Dankzij Katan weet ik het nu beter: Enerzijds om mezelf te dwingen zaken nog beter te snappen, en anderzijds omdat ik diep in mijn hart een docent ben.

En met betrekking tot de amusementswaarde: Katan stelt dat zijn columns dienen om iets uit te leggen, iets te leren, maar dat ze daarnaast ook  leuk moeten zijn om te lezen. Ik kan alleen maar hopen dat dat voor mijn blogs ook geldt.

bron: http://www.mkatan.nl/columns-en-kranten/nrc-columns/517-stiekem-ben-ik-een-docent.html 

maandag 11 mei 2015

perfectie bestaat niet

Laat ik maar beginnen met de essentie: een van mijn grootste valkuilen is perfectionisme.
Wat was het dan ook heerlijk om een interview * met Carl Maes, hoofdcoach bij de tennis academie van Kim Clijsters te lezen.

3 van zijn opmerkingen waren zo raak dat ik ze graag aan alle perfectionisten in de wereld zou willen meegeven, omdat ze zo mooi vanuit tennis naar het gewone leven te vertalen zijn:

  • Als je 10 wedstrijden speelt, dan zitten er twee heel hele goede en twee dramatische tussen. Die twee goede en twee slechte gaan echter niet jouw carrière bepalen. Het zijn die zes wedstrijden die je speelt in het midden die bepalen of je de top haalt.
  • In je beste wedstrijd ooit zul je misschien nog steeds 45% van de punten verliezen, en dat is normaal!
  • Zelfs als je top 50 van de wereld staat verlies je nog steeds ongeveer evenveel wedstrijden als dat je wint.
Nog meer weten over perfectionisme,
kijk eens naar een TEDtalk van Kathryn Schulz of Brené Brown,
of lees Browns boek: De moed van Imperfectie














* bron: Tennis.nl Magazine

woensdag 6 mei 2015

community als behoefte

Deze blog maakt deel uit van een dialoog tussen Roy Pype, architect en Ellen Schiffeleers van Barcavela.

Beste Roy,

Je vroeg mij naar mijn overtuiging over de kracht van community-building rondom scienceparks.
Graag beantwoord ik deze vraag aan de hand van de piramide van Maslow. Abraham Maslow rangschikte in 1943 de volgens hem universele fundamentele behoeften van de mens in deze hiërarchie. Volgens zijn theorie zou de mens pas streven naar bevrediging van de behoeften die hoger in de hiërarchie geplaatst zijn nadat de lager geplaatste behoeften bevredigd zijn. Niet-bevrediging van deze fundamentele behoeften zou  leiden tot een vermindering van de volle menselijkheid en tot blokkering van de menselijke mogelijkheden. Merk overigens op dat de behoefte aan zelfontplooiing volgens Maslow niet fundamenteel is: De mens kan zichzelf pas verwezenlijken (groeien) als hij de fundamentele behoeften minimaal bevredigd heeft.


behoeftepiramide maslow











Ik zie dezelfde behoeften voor de bedrijven in een sciencepark:

Fysieke behoeften

Om te kunnen groeien moeten allereerst hun fysieke behoeften bevredigd worden: er zal gas, water, elektriciteit moeten zijn, stenen; kortom de hardware. Zonder deze eerste voorwaarde zal een bedrijf niet toekomen aan zelfontplooiing, maar het grootste gedeelte van de tijd en energie besteden aan zekerstellen van wat in de 3B-terminologie van Het Nieuwe Werken (Bricks, Bytes en Brains) wordt verstaan onder Bricks. Er ligt voor projectontwikkelaars, grondbeheerders en uiteraard ook voor architecten een belangrijke taak om deze eerste behoefte veilig te stellen.

Behoefte aan veiligheid en zekerheid

De tweede voorwaarde is dat er voldoende veiligheid en zekerheid zijn. Dit is een breed begrip, en loopt voor een bedrijf in een sciencepark van fysieke veiligheid tot dataveiligheid en bestaanszekerheid. Op het gebied van fysieke veiligheid kun je dan denken aan zaken als veilige gebouwen en laboratoriumveiligheid, een zaak voor architecten maar zeker ook voor de bedrijven zelf, en de mensen binnen deze bedrijven. Bij dataveiligheid denk ik aan betrouwbare data-verbindingen en aan privacy. Hier ligt een schone taak voor parkbeheerders en architecten.  Bij bestaanszekerheid gaat het volgens mij zaken als tot zekerstellen van kapitaal, van menselijk kapitaal  en van IP.  Bricks, Bytes en Brains zijn dan allen veilig.  Hier zouden parkbeheerders goed kunnen ondersteunen door een serviceboulevard aan te bieden, met bijvoorbeeld  juridische, fiscale, HR en IP ondersteuning.

Behoefte aan sociaal contact

Als de gebouwen staan, en een aantal randvoorwaarden rondom veiligheid en zekerheid zijn gecreëerd, is het zaak om aandacht te besteden aan het sociale contact. Voor mensen geldt dat zij sociale wezens zijn en anderen nodig hebben om tot volle wasdom te komen, en daarvan afgeleid zou ik willen stellen dat bedrijven zijn opgebouwd uit mensen, en dat sociale interactie voor bedrijven nodig is om tot volle bloei te komen. Voor een individuele mens zou dit sociale contact beperkt kunnen zijn tot bedrijfsintern contact, maar voor een bedrijf op een sciencepark is interactie met andere bedrijven essentieel. Ontmoeten is hier het kernwoord. Deze ontmoeting zou moeten worden aangemoedigd, en kan worden gefaciliteerd door het creëren van ontmoetingsplekken (fysieke indeling van de ruimte), maar zeker ook door het opzetten van activiteiten en gelegenheden waarbij mensen en bedrijven elkaar ontmoeten.  Een schone en gezamenlijke taak van architecten en parkbeheerders in de vorm van communitymanagers.

Behoefte aan waardering en erkenning 

De behoefte aan waardering en erkenning geldt voor bedrijven net als voor mensen: zowel bedrijven als mensen hechten aan de status in sociaal verband en willen de competentie en het aanzien in groepsverband verhogen. Hier is de community onontbeerlijk: je kunt pas gewaardeerd en erkend worden als anderen je eerst kennen. Bedrijven kunnen deze behoefte aan waardering en erkenning vervullen door zich te profileren met hun bedrijf, hun proces of hun product. Dit faciliteren is weer een heel mooie mogelijkheid voor  parkbeheerders in hun rol als communitymanagers. Communitymanagers kunnen ook inspelen op de persoonlijke behoefte aan waardering en erkenning van individuen, door diensten aan te bieden die niet direct terug te voeren zijn op BtB ondersteuning, maar inspelen op de menselijke behoeften, zoals bijvoorbeeld nabijheid van winkels, banken of kinderopvang.

Concluderend

Terugkomend op jouw vraag naar de kracht van communitybuilding op science parks denk ik dat deze kracht enorm is: De hogere fundamentele behoeften aan sociaal contact, waardering en erkenning kunnen worden vervuld door een ondersteunende en uitdagende community. Het heeft geen zin om in te zetten op community building als fysieke behoeften en de behoefte aan veiligheid en zekerheid niet zijn gegarandeerd, maar zodra deze lagere fundamentele behoeften voldoende zijn afgezekerd moet mijns inziens zeker worden geïnvesteerd in het bouwen van een community. Zoals Maslow stelt: niet-bevrediging van fundamentele behoeften zal leiden tot een vermindering van de volle mogelijkheden. Architecten en parkbeheerders kunnen samen de randvoorwaarden scheppen om bedrijven hun volle potentieel te laten bereiken.

dinsdag 7 april 2015

ben ik te oud om te leren?

het breinEen van de grote voordelen van zelfstandige zijn, is dat ik zo veel mag leren! Boeken lezen, seminars volgen, workshops bezoeken, en heel veel training-on-the-job uiteraard.

De laatste tijd kwamen er steeds boeken en trainingen over de werking van het brein langs. Zonder de illusie te hebben nu een brein-expert te zijn, ben ik wel tot een aantal verrassende inzichten gekomen.

Mythes

Soms is het ontluisterend om erachter te komen dat wat we decennia voor waar hebben aangenomen, gewoonweg niet klopt: creatieveling zijn geen rechterkant-breiners, en accountants geen mensen die alleen de linkerzijde van hun brein gebruiken. Een aantal breinfuncties is wel geconcentreerd aan een zijde van het brein, maar we gebruiken allemaal zowel de linkerkant als de rechterkant van ons brein omdat deze volledig onderling afhankelijk zijn.

Of bijvoorbeeld de oude aanname dat we maar 10% van ons brein benutten; dat blijkt volgens de nieuwste inzichten absoluut niet zo te zijn. Elke hersencel in ons brein is continu actief.
Aangezien niet gebruikte verbindingen worden afgebroken, zou het volgens neurowetenschapper Nienke van Atteveldt ook heel vreemd zijn als we maar 10% van onze cellen gebruiken, want dan zou het overgrote deel van ons brein afsterven , wat wordt weersproken door MRI-scans. In dit artikel legt Nienke van Atteveldt waarom we die mythe zo graag blijven geloven.

Feiten

multitasking mug

Gelukkig worden een aantal inzichten ook gewoon volledig bevestigd: bijvoorbeeld dat je brein niet kan multitasken. Elke taak vraagt focus, en elke verandering van aandacht vraagt tijd en energie. Multitasking is daarmee, zoals doms gesteld "the single best way to scew up both jobs".






Ook de NLP stelling dat "Energy flows where attention goes", blijkt nog steeds helemaal te kloppen: je brein legt continue nieuwe verbindingen en versterkt deze bij veelvuldig gebruik; niet gebruikte paden vergaan.

Leer-voorwaarden

Een tijdje geleden woonde ik een kennisproeverij van de Universiteit Maastricht bij, en volgde een workshop over de meest recente wetenschappelijke inzichten rondom brein en leren. Van Dr. Sonja Zaar leerde ik daar een aantal voorwaarden om je brein optimaal in staat te stellen om te leren: lichamelijke conditie, emotioneel welzijn, totale beleving en actieve betrokkenheid.

Deze informatie kun je gebruiken om zélf makkelijker te gaan leren, en in de trainingen van Barcavela gebruiken we ze om het de deelnemers makkelijker te maken om te leren:

Wat kun je (makkelijk) zelf doen:

Dit betreft vooral basale zaken, die je moeder je waarschijnlijk al vertelde, en die daarnaast ook wetenschappelijk onderbouwd zijn, zoals gezond eten, genoeg drinken, voldoende slapen, frisse lucht en af en toe bewegen:
  • gezonde voeding (niet persé power foods, maar veel groente, veel fruit en weinig suiker is wel een grote lijn)
  • voldoende water (ca 2 liter)
  • genoeg slaap (het aantal uren is persoonlijk, een gemiddeld optimum is 7,6 uur, maar 6-10 uur is normaal, kijk ook eens hier naar de overige effecten van te weinig slaap)
  • je hersenen hebben een heel hoge verbranding, en hebben dus veel zuurstof nodig (20% van je totale lichamelijke zuurstofbehoefte). Zorg dus voor voldoende zuurstof in je omgeving (onder andere door ventilatie)
  • voldoende lichaamsbeweging (geen topsport, maar wel elk uur bewegen, en elke dag een half uurtje matig intensieve beweging)
  • downtime (rustmomenten zonder elektronica, middagdutje van 5 minuten, maar ook meditatie en mindfulness)
En daarnaast kun je zelf natuurlijk ook invloed uitoefen op je emotioneel welzijn, de totale beleving en je actieve betrokkenheid, bijvoorbeeld door
  • je doelen uitdagend te stellen (1% meer Franse woordjes is meestal geen uitdaging; 2 keer zoveel Franse woordjes is wel degelijk een uitdaging; je doel uitdagend maar niet onmogelijk maken helpt om het te bereiken)
  • vragen stellen (het grote leeradvies aan eindexamenkandidaten is om vooral niet te gaan onderstrepen, maar om jezelf vragen te stellen; als je het uit kan leggen dán snap je het)
  • intrinsieke motivatie (leren wat JIJ wilt leren, niet wat je leraar, baas of ouder van je verwacht)
  • leren door onderdompeling (het maakt een enorm verschil of je 1 uur Franse woordjes leert of de hele dag in Frankrijk Frans spreekt- bij onderdompeling gaan je hersenen 's nachts aan het werk om te herhalen en te verdiepen, zie ook dit artikel)

Leervoorwaarden binnen onze trainingen

In de trainingen van Barcavela besteden we ook aandacht aan lichamelijke conditie, emotioneel welzijn, totale beleving en actieve betrokkenheid, bijvoorbeeld door:

  • afwisseling tussen uptime en downtime: dit doen we bijvoorbeeld door regelmatig pauzes in te lassen, buiten de trainingsruimte, en bij voorkeur te trainen op lokaties in het buitengebied.
  • vertrouwen: het geloof uitstralen dat je kúnt leren is essentieel om deelnemers te laten leren; lees ook de eerdere blog over growth mindset
  • veiligheid: met het mes op de keel, is het lastig leren. Plezier daarentegen helpt bij leren. Een van mijn opdrachtgevers heeft zelfs als motto: lol en leren
  • intrinsieke motivatie: met behulp van intakes zorgen we dat we trainen wat de deelnemer wil leren, waarbij het aan ons is om ervoor te zorgen dat dat aansluit bij wat de opdrachtgever van ons verwacht
  • deelnemen: Ik ben  destijds in Maastricht gaan studeren vanwege het Probleem Gestuurd Onderwijs; zelf aan de hand van casuïstiek ontdekken wat je nog niet weet en die kennis gaan verzamelen en delen; dit draag ik nog steeds bij me en maakt dat ik erop toezie dat we niet doceren maar mensen uitdagen om te leren)
  • doen: bij trainingen zetten we heel vaak trainingsacteurs in; wéten is 1 ding, maar dan ook nog doen en oefenen geeft zoveel meer leerrendement)
  • complex: met alle zintuigen ondergaan; leren is niet alleen een bewust maar ook een onderbewust proces. Ook hier vind ik de link met NLP heel leuk: informatie kan zowel auditief, visueel, kinestetisch, olfactoir als gustatoir zijn, en iedereen heeft zijn eigen favoriete manier van informatie opnemen. Hoe meer manieren wij gebruiken, hoe meer informatie ook daadwerkelijk blijft hangen

En nu?

Wat ga jij doen om jouw brein nog beter in staat te stellen tot leren? Ik ga nu een blokje lopen (beweging en zuurstof), zodat ik straks nog beter kan leren en presteren.

Boekentip: 

Daniel Levitin. Een opgeruimde geest

PS

Graag wil ik  eindigen met een wens aan Sonja Zaar:  heel veel succes in je nieuwe carrièrestap, en ik hoop nog veel van je te mogen leren!

donderdag 2 april 2015

veranderen gaat in kleine stapjes


Soms word ik gevraagd om een veranderingsproces te begeleiden, en verwacht de opdrachtgever dat mensen met weerstand door mijn begeleiding na 2 sessies staan te springen om aan de verandering te mogen beginnen. Door schade en schande wijs geworden moet ik bekennen dat dat zelfs mij niet lukt....

Wat ik gelukkig wel kan is, samen de leidinggevenden, mensen stapje voor stapje door het veranderingsproces te begeleiden.

Een heel belangrijke eerste stap daarbij is om te ontdekken waarom mensen de verandering niet willen, en er echt naar te luisteren, en er zo mogelijk zelfs iets van te leren. Pas als mensen het gevoel hebben dat er naar hun redenen geluisterd is kunnen zij gaan luisteren naar mij of naar hun leidinggevende, en wellicht redenen gaan ontdekken waarom ze wél zouden kunnen of moeten veranderen.

De tweede stap gaat over het durven vertrouwen in de verander/mogelijkheden van mensen zelf. Dat kan ik tóch niet..., dat hebben we al eerder geprobeerd en dat lukte tóch nooit... Ook hier is het heel belangrijk om te ontdekken waar deze vooronderstellingen vandaan komen, om van daaruit te kunnen gaan kijken naar manieren om dat vertrouwen wel te gaan krijgen.

Pas als als mensen deze eerste twee stappen hebben genomen heeft het zin om naar het hóe te gaan kijken: wat precies moet er gebeuren, hoe exact moet het gaan worden.

Bovenstaande cartoon (ik weet helaas niet wie de rechtmatige eigenaar is, weet jij het wel geef het mij svp door) geeft deze stappen fantastisch weer. Het lijkt alsof de eerste 2 stappen maar twee onbelangrijke tredes zijn die je best zou kunnen overslaan, maar schijn bedriegt; zonder deze twee stappen is elke verandering gedoemd te mislukken.

Deze blog werd al eerder gepubliceerd via Blogger.
Wil je mijn artikel opnemen in een website/blog, tijdschrift of ander medium? Leuk!
Dan vraag ik je wel mij hierover te informeren én de volgende tekst op te nemen: "Door Ellen Schiffeleers, business coach/trainer voor ondernemende professionals. Ga naar www.barcavela.nl : "Barcavela, slimme mensen wijzer maken".