maandag 7 september 2015

samenwerken blijft werken




Graag laat ik je delen in wat ik leer uit workshops, boeken, trainingen en mijn eigen praktijk.

Pas geleden kreeg ik van Marco Bogers een leuke mail over vergadertechnieken. Over hoe het kan dat vergaderingen eindeloos lijken te duren, dat aan het eind van de geplande tijd nog een halve agenda overblijft, en dat de belangrijke zaken steeds weer een overleg worden opgeschoven.

Hij stelt dat er één vraag is die je zeker niet moet stellen in een vergadering:

'Is iedereen het er mee eens?'


Zo op het eerste gezicht is de vrager iemand die de mening van anderen serieus neemt en niemand tegen de schenen wil schoppen. En is het ook niet heel democratisch en respectvol om een besluit eerst aan de groep voor te leggen? Jezelf niet boven de rest te stellen?  Toch is het in een organisatorische context een van meest onhandige vragen die je kan stellen, want:

1. ‘Iedereen’ kan geen actie ondernemen

Mensen nemen geen actie als ze worden aangesproken als ‘iedereen’. Spreek mensen aan op hun persoon of op hun rol, dat maakt het veel specifieker. ‘Iedereen’ kan geen actie ondernemen.

2. Je maakt jezelf afhankelijk van de mening van anderen

De vraag of je het ermee eens bent, houdt in dat de vraagsteller zelf geen beslissingen zou kunnen nemen. Als het een gewoonte wordt om dit regelmatig te doen maak je jezelf afhankelijk van de mening van anderen. En durf je zelf helemaal geen beslissing meer te nemen.

3. Je bent aan het spammen

Het is vergelijkbaar met nodeloos collega's in de cc zetten. Je valt ze lastig met dingen waar ze niet echt om gevraagd hebben.

4. Je verspilt andermans tijd

Stel dat er in een vergadering of in een email wisseling serieus op zo’n vraag ingegaan wordt, dan ben je, voordat iedereen zijn mening gegeven heeft, zo een half uurtje verder.

5. Het creëert organisatorische onduidelijkheid

Als steeds bij consensus beslissingen genomen worden is niemand echt verantwoordelijk.


Wat zijn dan betere alternatieven? 



1. Vragen om input, niet om toestemming

Misschien wil je alleen maar input. Als je als vrager wel de bevoegdheid hebt om blogs te publiceren, kan je dat natuurlijk ook gewoon vragen.'Ik wil input op de inhoud van mijn blogpost' Die input kan je meenemen in je beslissing, maar je bent er niet aan gebonden.

2. Vragen om de bevoegdheid te verduidelijken

Als niet duidelijk is wie de bevoegdheid heeft om zomaar content op een blog te publiceren, dan kan de vraagsteller vragen om duidelijkheid rondom de beslissingsbevoegdheid om blogs te publiceren. Als dat nog niet in de organisatie belegd is zou hij kunnen voorstellen om daar een nieuwe rol, met daarbij inbegrepen een verantwoordelijkheid, voor te maken.

3. Vragen of iemand een bezwaar heeft

Dan vraag je geen toestemming, maar consent. Dat is iets heel anders dan consensus (is iedereen het ermee eens?). Bij consensus vraag je of iedereen 'voor' het voorstel is. Als je consent vraagt, hoeft degene die zijn consent geeft niet 'voor' het voorstel te zijn, alleen 'niet tegen'. Het criterium voor een bezwaar is dat er mogelijk schade voor het team zou ontstaan.

Ik vond de mail dermate interessant en passend binnen de visie van Barcavela, dat ik hem graag met je wilde delen. 

NB: Deze informatie sluit aan bij de visie van Getting Teams Done, die heel helder en leesbaar wordt uitgelegd in het boek van Marco Bogers en Diederick Janse. Alle eer voor hun. Meer weten hierover? http://gettingteamsdone.nl/

dinsdag 14 juli 2015

creativiteit: een serieze aangelegenheid....

Afgelopen jaar heb ik mij mogen verdiepen in het thema Creativiteit, en dat blijkt serieus werk te zijn: geen vage of zweverige concepten, maar gedegen wetenschappelijk onderzoek en concrete aanbevelingen. Als je nieuwe producten of concepten wil ontwikkelen, originele oplossingen voor een bestaand probleem wil vinden, nieuwe toepassingsmogelijkheden wil creëren, dan helpt het om te weten dat over het creatieve en innovatieproces op zich, al goed is nagedacht.

Innovation Engine


Innovation Engine Tina Seelig




















Vanuit Harvard geeft professor Tina Seelig met haar Innovation Engine heel helder aan wat de drijvende krachten en de randvoorwaarden voor innovatie en creativiteit zijn: op individueel niveau gaat het dan om verbeelding, kennis en attitude, en op omgevingsniveau om cultuur, habitat en hulpbronnen. In deze eerdere blog ga ik uitgebreid in op deze Innovation Engine.


Creatieve proces 


creatieve proces


Het creatieve proces is het proces om tot bruikbare ideeën voor het oplossen van een probleem te komen. Dit proces begint met het stellen van een Creatieve Vraag (of, om in de termen van Robert Schulte te blijven, een HKJ vraag: een Hoe Kun Je vraag). De vraag is sturend in de oplossingsrichting. Elk creatief proces vaart wel bij een structuur van herhaaldelijk divergeren en convergeren: eerst veel ideeën generen, bijvoorbeeld door associëren, moderne brainstorm, andersom denken of TRIZ, dan de ideeën ordenen en overzicht creëren, van daaruit weer door associëren, dit proces zo vaak als nodig herhalen en dan uiteindelijk convergeren van wilde ideeen naar bruikbare ideeën.  Al deze fases zijn essentieel om tot een maximale output te komen. En zoals Einstein het ooit verwoorde: als een idee in eerste instantie niet absurd lijkt, dan is het geen goed idee.

Leren


Wat voor mij heel geruststellend was om in de literatuur bevestigd te krijgen dat verbeelding en innovatievermogen trainbaar zijn. Wil je meer weten over het trainen van je verbeelding, lees dan zeker deze blog nog eens terug.

Aanbod


Inmiddels hebben we vanuit Barcavela al een hele serie leuke, uitdagende en inspirerende activiteiten op het gebied van creativiteit mogen verzorgen; van korte workshops tot procesbegeleiding, van inspiratie tot daadwerkelijke veldtesten.

We hebben nu ook een uitgewerkt aanbod van losse workshops, workshopcycli, 1, 2, en 3 daagse trainingen en interne en externe procesbegeleiding. Klik hier voor meer informatie.  En wil je al snel iets meer meten en oefenen met creativiteit en innovatie: Op dinsdagavond 3 november 2015 verzorgt Barcavela weer een kennismakingsworkshop over Creativiteit. Informatie vind je hier.

Realiseer je overigens dat er een lange weg kan liggen tussen een idee en een een innovatie. Zoals Anique Soetermeer van de Startup Bootcamp het laatst zo mooi verwoordde: an invention is a new idea; innovation is bringing an invention to to the world: Innovation is about having impact.

Meer weten?

Literatuur en inspiratie:


  • InGenius: A Crash Course on Creativity  Tina Selig (2012).  ISBN 10: 0062020706
  • TRIZ for Engineers, Karen Gadd (2011). ISBN 10 0470741880
  • Modern TRIZ , Michael Orloff (2012). ISBN  10 3642252176
  • Creatieve actie methodologie, Paul Delnooz (2010). ISBN10 904730134X
  • Creativiteit Hoe ? Zo ! Igor Byttebier (2002). ISBN10 9020950177
  • Nieuwe produkten bedenken, Gijs van Wulfen (2006). ISBN10 9043012254 
  • CoachBox creativiteitsoefeningen, Alexander Heijnen 
  • COCD Box



Niet vergeten:

Kennismakingsworkshop Creativiteit, op dinsdagavond 3 november 2015. Informatie vind je hier.

















































































































































woensdag 1 juli 2015

workshop Denkhoeden van De Bono

denkhoeden van De Bono
Hoe werkt het in jouw team? Zijn jullie een team waarin iedereen enthousiast is, emotioneel of net objectief is? Bruisen jullie van de ideeën maar is er één persoon die steeds op de rem trapt? Of kennen jullie wellicht 2 kampen in het team?







Hoe ideaal het ook klinkt om allemaal hetzelfde te zijn, in de praktijk blijkt net dat het veel effectiever is als er verschillen in een team zijn. Een team heeft baat bij een leider, een organisator, een creatieveling die kansen ziet, maar ook bij iemand die de beren op de weg ziet en om bezinning vraagt. En een team met alleen maar leiders, creatievelingen of zwartkijkers komt uiteindelijk nergens. Het is goed om als team zowel objectief als emotioneel naar problemen te kijken, je zowel creatief als controlerend op te kunnen stellen, en om je zonder rancune zowel negatief als positief te kunnen opstellen.

In de workshop Teamrollen ontdek je wat de verschillende rollen binnen een team zijn en wie welke rollen van nature vervult. Je gaat ook merken dat de rol die je vervult niet hetzelfde is als de persoon die je bent. Met behulp van denkhoeden ga je ervaren wat de verschillende rollen inhouden, ontdek je jouw favoriete hoed, en ga je oefenen om met een andere hoed naar een probleem te kijken. Je werkt met oefencasussen en met je eigen casussen.

De workshop Teamrollen wordt vaak intern gegeven, maar ook op in een onbekende groep kun je, op een leuke manier, heel veel leren over rollen en hoeden.

Workshop              Denkhoeden van De Bono
Woensdagavond    woensdagavond 28 oktober 2015 van 19.30- 22.00 uur
Lokatie                   Meerssen
Deelnemers             Maximaal 10 personen
Kosten                    € 74,00 incl. BTW pp
Aanmelden             via ellen@barcavela.nl

workshop Mindmapping en andere creatieve leerstrategieën



workshop mindmapping


Toen  (28 jaar geleden inmiddels) de vlag uitging na het behalen van mijn middelbare-school diploma heb ik bedacht dat ik me nooit meer bezig zou houden met rijtjes stampen, teksten markeren of samenvattingen maken. Gelukkig heb ik na die tijd wel nog nog heel veel bijgeleerd, maar inderdaad niet meer op díe manier.

In de manier van leren die wij vroeger op school moesten toepassen maakten we alleen gebruik van onze linkerhersenhelft. Psychologische en neurologische inzichten uit de laatste 20 jaar hebben echter aangetoond dat door het gebruik van beide hersenhelften veel effectiever geleerd kan worden. Mindmaps, het geheugenpaleis, woordslingers, en tweets zijn een aantal leerstrategieën die gebruik maken van beide hersenhelften, en die voor iedereen wel iets op kunnen leveren.

Wil je weten hoe jij anders, leuker, creatiever én effectiever zou kunnen leren? Wil je voor het maken van presentaties eens op een andere manier te werk gaan? Wil je weten wat jouw waarnemingsvoorkeur is?

Op donderdagavond 24 september 2015 organiseert Barcavela een workshop 'Mindmapping en nog meer creatieve leerstrategieën'

Ervaringen van andere deelnemers: stimulerend, praktisch, direct toepasbaar, inspirerend
Gemiddelde waardering: 9:0

Workshop              Mindmapping en nog meer creatieve leerstrategieën
Woensdagavond     24 september 2015 van 19.30- 22.00 uur
Lokatie                   Meerssen
Deelnemers             Maximaal 10 personen
Kosten                    € 74,00 incl. BTW pp
Aanmelden             via ellen@barcavela.nl

dinsdag 30 juni 2015

community- building: stenen en mensen (nr 3)

hoi Roy,

Dank voor je interessante blog over de broze basis van vastgoed bij het bouwen van een community. Je haalde een aantal onderwerpen aan die mij meteen aanspraken: Je had het over de grote waarom-vraag, het gemeenschappelijke doel en de trots. Vanuit 'waarom' en 'doel' wil ik samen met jou het MET model eens exploreren, en vanuit 'trots' wil ik ingaan op traditie en community-kenmerken

Model voor Effectief Teamfunctioneren


MET model


Het MET model (Model voor Effectief Teamfunctioneren) van Vinke, Mineur en Meininger stelt dat er sprake is van effectieve samenwerking als resultaten op een goede manier worden bereikt, en geeft aan dat daarvoor vijf basisvoorwaarden bestaan die nauw met elkaar samenhangen.

  • duidelijke doelen
  • een effectieve en efficiënte taak- en rolverdeling
  • open communicatie, onderlinge verhoudingen en een goede cultuur
  • duidelijke werkafspraken, procedures en protocollen
  • teamleden die zich verantwoordelijk voelen voor het bereiken van de doelen
Ik zal zo dadelijk aan de hand van 2 voorbeelden ingaan op dit model.

Community Building


Daarnaast refereer ik graag aan deze prachtige poster (auteur onbekend) over Community Building, die ik regelmatig gebruik bij sessies:


how to build community


Ik herken zoveel uitspraken op deze poster: elkaar kennen, elkaar ontmoeten, delen, helpen, hulp vragen, traditie en verantwoordelijkheid nemen voor zaken die niet van jou zijn. En ik herken ze zowel in mijn privé context als in zakelijke context. Hieronder ga ik aan de hand van een privé en van een zakelijke community in op het MET model en op deze poster.

Privé communities


Privé zie ik bijvoorbeeld onze buurt als een community. Wel een community die een tijd nodig had om community te worden: De bebouwing maakte al dat mensen fysiek in elkaars nabijheid waren, de infrastructuur maakte dat mensen elkaar fysiek tegenkwamen, maar pas toen er een buurtvereniging kwam die ervoor instond dat mensen elkaar leerden kennen ontstond het gevoel van een gemeenschap, en van trots zijn op de buurt. Hier komt dan de  Interactie Theorie van Bales en Homans om de hoek, die stelt dat frequente interactie leidt tot genegenheid, wat op zich weer leidt tot meer interactie: door buurtbijeenkomsten gaan mensen elkaar kennen en ontdekken dat ze elkaar mogen, en daar ontstaan nieuwe relaties en activiteiten uit. Je ziet overigens ook dat mensen die uit de buurt vertrekken de binding verliezen, maar ook dat mensen die niet meer naar bijeenkomsten komen de relatie met de rest van de buurt kwijtraken: zowel fysieke nabijheid, elkaar tegenkomen als interactie zijn dus nodig om het gevoel van community te blijven vasthouden.

Kijkend naar het MET model ga ik er bij een buurtvereniging van uit dat een aantal actieve buurtbewoners het doel hebben om de buurt korter bij elkaar te brengen, en dat zij dit doen door een bestuur te vormen, regelmatig activiteiten te organiseren, en mensen actief met elkaar te verbinden. Voor het bestuur is er waarschijnlijk ook een heldere rolverdeling, met een voorzitter, secretaris, penningmeester en wellicht enige commissies. Het bestuur zal intern en naar de leden helder moeten communiceren, duidelijke afspraken moeten maken over de uitvoering van taken, en zal, aangezien het vrijwilligers betreft, waarschijnlijk absoluut gecommitteerd zijn aan het doel.

Maar hoe zit het met de buurtbewoners: zij kiezen waarschijnlijk in eerste instantie voor het huis, de ligging en bereikbaarheid, en het fysieke uiterlijk van de buurt. Wellicht vragen ze ook nog eens aan een kennis of er leuke mensen in de buurt wonen. Willen zij wel onderdeel uitmaken van een gemeenschap? Ik merk dat dat heel verschillend is: voor mij is het vanzelfsprekend dat ik mijn buren wil kennen, een praatje wil maken met mensen in de buurt, en tuingereedschap en klusspullen (uit)leen. Maar ik zie ook genoeg mensen voor wie dat niet vanzelfsprekend is, die liever op zichzelf zijn, wellicht met 1 buur contact hebben voor de planten tijdens vakanties, maar voor de rest liever niet te veel inmenging.

Het doel van het individu hoeft dus niet hetzelfde te zijn als het doel van de aanstuurder (in dit geval het bestuur van de buurtvereniging), en niet iedereen die fysiek in een buurt woont zal ook daadwerkelijk deel uit maken van de community.

Zakelijke communities


Zakelijk ken ik ook communities, en ik noem als voorbeeld hier een trainerscollectief dat niet in elkaars nabijheid verkeert maar wel regelmatig samen traint, soms onderlinge bijeenkomsten organiseert, en trots is op elkaar en op elkaars prestaties: als we elkaar veel zien voelt het als een groep, vragen en geven we hulp, delen we informatie en nemen we verantwoordelijkheid voor elkaar. Maar je merkt dat de fysieke afstand een probleem is als er geen formele activiteiten georganiseerd zijn.

Als ik hier het MET model op toepas valt mij op dat de individuele trainers zich bij het collectief aansluiten met als doel samen trainen, leren en acquireren. Bij de aansluiting bij het collectief worden deze doelen gecheckt. De taak - en rolverdeling is hier redelijk vaag, er is geen voorzitter, maar mensen nemen wisselend initiatief, de rollen zijn flexibel, er zijn werkafspraken en geen protocollen. De communicatie is heel open, met Whatsapp-groepjes en Dropbox, mensen mogen elkaar graag, en gunnen elkaar veel. De crux zit hier in het verantwoordelijkheidsgevoel, de individuele motivatie: deze wisselt per persoon en per periode. Afhankelijk van de hoeveelheid werk die een trainer heeft zie je de inzet in het collectief veranderen: bij een overschot aan werk is het collectief prettig om taken uit te besteden, bij een tekort aan werk wordt het collectief aangesproken om nieuwe opdrachten aan te trekken, maar het leer-doel verdwijnt zowel bij schaarste als bij overvloed vaak naar de achtergrond. De leden van het collectief lopen niet gelijk op. De doelen die in het begin werden gecheckt blijken in de tijd per individu te fluctueren.  Je ziet dan dat 1 persoon gaat trekken aan wat een dood paard lijkt te zijn, en dat onderling irritatie ontstaat over pushen, laksheid of motivatie.

Ook hier geldt dus dat het doel van het individu niet op elk moment hetzelfde zal zijn als het doel van de community of van aanstuurder. Het feit dat we elkaar niet zomaar fysiek tegenkomen maakt dat het daarnaast extra moeilijk om het groepsgevoel vast te houden.

Campus als community


Onze dialoog gaat over het bouwen van communities van bedrijven binnen een campus. Hoe kun je ervoor zorgen dat bedrijven elkaar kennen, elkaar ontmoeten, delen, helpen, hulp vragen, en verantwoordelijkheid nemen voor zaken die niet van hun zijn.

Jij gebruikte in jouw blog de campusdefinitie volgens Buck Consultants International, waarbij je zowel refereerde naar Science&Research Parken als naar Open Innovatie Campussen met een ‘anchor tenant’. Graag sluit ik mij daarbij aan.

Een van de zaken die mij treft als ik kijk naar de overeenkomsten en verschillen tussen een buurtvereniging, een trainerscollectief en een campus is het doel en de aansturing. Hoe werkt dat op een campus? Wie wil daar een community: Is dat de campusorganisatie? Zijn dat de individuele bedrijven? Is dat wellicht die ene grote starter of net die multinational die aansluiting met kleinere bedrijven zoekt?

Ik zie in de campus-communities waar ik actief ben een groot verschil hierin.
Enerzijds heb je de individuele bedrijven die vooral op zoek zijn naar bedrijfsruimte, en net als in een woonwijk vooral gericht zijn op baksteen, faciliteiten en infrastructuur. Hier zie je dat community pas gaat leven op het moment dat daar heel actief werk van wordt gemaakt, en hier ligt dan een community-builderstaak als bij een buurtvereniging.
Anderzijds zie je ook bedrijven die zich op een campus vestigen omdat zij de connectie zoeken, en de nabijheid zoeken van andere organisaties om te leren, te ontwikkelen en te produceren. in dat geval lijkt de community-structuur veel meer op die van dat trainerscollectief.

Wetend wat de valkuilen van beide soorten community zijn is het dus ook zaak om daarop in te spelen. Alleen maar mooie gebouwen en faciliteiten aanbieden leidt niet vanzelf tot gemeenschappelijkheid, maar ook gemeenschappelijkheid in doelen bij de start garandeert geen community-gevoel op de lange termijn.

CIC


Mensen die dat als geen ander hebben ingezien zijn Timothy Rowe en Andrew Olmsted, de initiatiefnemers van het Cambridge Innovation Center. Zij staan voor het bouwen van ecosystemen , waarbij de slimste mensen en de leukste startups in de hipste gebouwen op de meest interactieve campus samen innoveren. In het CIC zitten, pal naast het prestigieuze MIT, 800 startups die elkaar inspireren tot baanbrekend werk; dit is waar Google en Yahoo geboren zijn.

Rowe stelt dat je campus en community parallel moet opstarten, en moet zorgen voor een prima lokatie, en voor goede mensen, geld (financierders), een creatieve omgeving, een cultuur van vertrouwen en van leren van elkaar, en moet zorgen voor ondersteuning. Dat zijn dus zowel architectonisch opgaves als sociale opgaves.

Locatie


Als eerste de lokatie: Maak het geweldig, maak het irrationeel leuk. de lokatie moet een magneet vormen voor de mensen en de startups die je zoekt: leer van de Googles op deze wereld en laat het spetteren, zorg voor de mooiste gebouwen, de extreemste infrastructuur en de beste gezamenlijke ruimtes, waardoor mensen trots zijn op de plek, en er nooit meer weg willen (lees overigens wat dat betreft zeker ook eens The Circle van Dave Eggers, die zo'n campus beschrijft.) De locatie is bij CIC niet de cashcow (er moet geld bij), maar het is een instrument om de goede mensen samen te brengen.

Creatieve omgeving


Innovatie en creativiteit vragen om een omgeving die uitnodigt tot creativiteit, en waarin voldoende inspiratiebronnen aanwezig zijn . Om zelfplagiaat te vermijden verwijs ik hier graag voor meer informatie over een creatieve omgeving naar deze eerdere blog over creativiteit-). 

Met betrekking tot een creatieve omgeving: Het is vast geen toeval dat de heren Bell en Edison allebei boven dezelfde instrumentenwinkel (109 Court Street) woonden. 

Cultuur van vertrouwen 


Mbt de cultuur van vertrouwen refereer ik graag aan de Know-Like-Trust factor; mensen moeten elkaar kennen om elkaar te vertrouwen. Als mensen elkaar fysiek tegenkomen, liefst bij heel verschillende gelegenheid en andere settings, als ze elkaar leren kennen en een beetje leuk vinden, dan kan het vertrouwen groeien dat je met elkaar iets zou kunnen betekenen. Sociale media zijn leuk, maar IRL is het veel makkelijker om elkaar echt te leren kennen en te gaan vertrouwen.

Bij een recente lezing die ik van Timothy Rowe bijwoonde haalde hij bijvoorbeeld onderzoek aan dat aantoonde dat de fysieke nabijheid (ik meen max 50 meter) een duidelijke factor is in samenwerking (Kraut en Egido) en dat in PLoS ONE (Public Libray of Science) de meeste citaten afkomstig zijn van mensen op loopafstand (uit de eigen vakgroep). 

Als campusaanjager is het de moeite waard om te investeren in ontmoetingen, lunches, sportclubs, thema-borrels, allemaal met het doel om relaties en netwerken te bouwen, en te werken aan een sfeer van vertrouwen.

Cultuur van leren en helpen


Voor een community is een cultuur van leren en helpen ideaal. Als campusaanjager kun je dus investeren in het samenbrengen van nieuwe en ervaren ondernemers en het faciliteren van hun samenwerking. Je kunt bijvoorbeeld investeren in het organiseren van bootcamps waar mensen met ideeën en startups worden ondersteund, of investeren in symposia en TED-talks om kennis te delen en anderen te inspireren, je kunt het gezamenlijk gebruiken van lab-faciliteiten aanmoedigen, of wellicht zelfs allemaal.

Lessen voor de campus community


Samengevat zou ik aan de hand van het bovenstaande een aantal lessen willen trekken voor campus-aanjagers:


  • maak een fantastische plek om te zijn
  • creëer nabijheid
  • benoem en bewaak een gezamenlijk doel
  • bouw aan trots 
  • creëer tradities
  • organiseer activiteiten om te netwerken en te leren vertrouwen
  • organiseer leer- en hulp-mogelijkheden


Voldoende werk aan de winkel voor jou en voor mij dus! Ik ben benieuwd naar je reacties

--

Deze blog maakt deel uit van een dialoog tussen Roy Pype (architect) en Ellen Schiffeleers (trainer en facilitator). Eerdere bijdragen kun je hier vinden:

scienceparks, vastgoed als broze basis (Roy Pype)
community als behoefte (Ellen Schiffeleers) 

woensdag 3 juni 2015

Een broze basis

In dialoog met Roy Pype deel ik mijn perceptie over de kracht van scienceparks en campussen als communities.
Bijgaand de link naar de meest recente bijdrage van Roy.
Wij zijn benieuwd wat jouw visie en/of aanvulling is. Reageren mag, delen uiteraard ook!
https://lnkd.in/e9QqJQB

-deze blog van Roy Pype is het antwoord op deze blog van Ellen Schiffeleers

woensdag 13 mei 2015

waarom schrijf ik eigenlijk al die blogs?

Toen ik laatst een blog van prof. Martijn Katan las moest ik even bij mezelf te rade gaan. Katan vraagt zich af waarom hij in de krant schrijft, of dat uit ijdelheid is, uit de behoefte om te entertainen, of om de waarheid te verkondigen? De hoofdzaak van mijn werk is processen begeleiden, trainen en coachen. Waarom wil ik dan eigenlijk blogs schrijven?

Katan stelt dat hij eigenlijk vooral zélf wil weten hoe dingen nu zitten, en dat hij dat doet door wetenschappelijke artikelen te lezen, de essentie daaruit te pikken en die vervolgens levendig, helder en duidelijk op te schrijven. Ik realiseerde me dat dat voor mij ook geldt: ik kom zo veel interessante zaken tegen waarvan ik méér wil weten, die ik nog beter wil snappen!  Als trainer vind ik ook dat ik boven de stof moet staan; ik moet er kritisch over hebben nagedacht, en hebben onderzocht of en hoe ik de theorie kan toepassen op mijn diverse situaties. Zoals Katan het zo mooi verwoordde: ' tijdens die moeizame pogingen om dat voor u op te schrijven groeit mijn eigen inzicht. Zo leer ik zelf nog het meest van mijn stukjes. Ik schrijf in de krant om mezelf te dwingen een onderwerp te doordenken, als sport dus, en een beetje uit ijdelheid. Maar stiekem hoop ik toch dat u er iets van leert'

Dus ja, waarom schrijf ik eigenlijk al die blogs? Dankzij Katan weet ik het nu beter: Enerzijds om mezelf te dwingen zaken nog beter te snappen, en anderzijds omdat ik diep in mijn hart een docent ben.

En met betrekking tot de amusementswaarde: Katan stelt dat zijn columns dienen om iets uit te leggen, iets te leren, maar dat ze daarnaast ook  leuk moeten zijn om te lezen. Ik kan alleen maar hopen dat dat voor mijn blogs ook geldt.

bron: http://www.mkatan.nl/columns-en-kranten/nrc-columns/517-stiekem-ben-ik-een-docent.html